
Soms wordt gezegd dat iemand “niet lang meer heeft”. Maar de tijd blijft gaan. Dagen worden weken, soms zelfs maanden. De dood blijft uit.
Voor degene die ziek is kan dat verwarrend zijn. Het leven gaat door, maar tegelijk voelt het alsof het langzaam naar een einde beweegt. Voor naasten voelt het vaak als een lange stilstand. Het leven komt niet echt vooruit; alles lijkt in de wacht te staan. Er is dankbaarheid dat er nog tijd is, maar ook spanning, omdat niemand weet hoelang die tijd duurt.
Voor buitenstaanders is het vaak moeilijk te begrijpen dat iemand die ernstig ziek is toch nog uit eten gaat of aanwezig is op een verjaardag. Van buiten lijkt het alsof er weinig aan de hand is, terwijl de werkelijkheid anders is.
Na zo’n dag kan er veel hersteltijd nodig zijn. De keuze om iets wél te doen betekent vaak dat iets anders niet meer lukt. Ook dat hoort bij deze fase: het zoeken naar balans tussen willen en kunnen. Ziek zijn sluit niet uit dat er nog genoten kan worden, maar zulke momenten zijn kostbaar en vaak zwaar bevochten.
Het uitblijven van het einde kan licht en zwaar tegelijk zijn. Er is ruimte voor kleine momenten van leven, een wandeling, een gesprek of een stille lach. Maar het vraagt ook energie om telkens te schakelen tussen wat nog kan en beseffen wat niet meer lukt, tussen vermoeidheid én genieten.
Voor buitenstaanders is het vaak moeilijk te begrijpen dat iemand die ernstig ziek is toch nog uit eten gaat of aanwezig is op een verjaardag. Van buiten lijkt het alsof er weinig aan de hand is, terwijl de werkelijkheid anders is.
Na zo’n dag kan er veel hersteltijd nodig zijn. De keuze om iets wél te doen betekent vaak dat iets anders niet meer lukt. Ook dat hoort bij deze fase: het zoeken naar balans tussen willen en kunnen.
Ziek zijn sluit niet uit dat er nog genoten kan worden, maar zulke momenten zijn kostbaar en vaak zwaar bevochten.
Het kan vermoeiend zijn om steeds uit te leggen hoe het echt gaat. Soms lijkt het alsof verantwoording moet worden afgelegd: waarom lukt dit wel en dat niet?
De buitenwereld reageert vaak uit onwetendheid, niet uit onwil.
Eerlijk blijven over grenzen helpt. Een eenvoudige zin als:
“Vandaag lukt dit, maar morgen heb ik waarschijnlijk rust nodig om te herstellen,” kan veel duidelijk maken.Grenzen aangeven is geen afwijzing, het is zorgen voor jezelf.
Sommigen vragen een vertrouwd persoon om uitleg aan anderen te geven, zodat dat niet telkens zelf hoeft.
Een dagboekje bijhouden kan helpen om energie en vermoeidheid inzichtelijk te maken. Afspraken plannen op momenten van kracht kan rust geven.
En misschien wel het belangrijkste: het is goed om te blijven genieten van de dagen die goed voelen. Dat iets lukt of plezier brengt, betekent niet dat de ziekte minder ernstig is. Het betekent dat het leven, ondanks alles, nog even meedoet.
Wanneer het einde dichterbij komt, lijkt het alsof het leven stilstaat, terwijl de dagen toch doorgaan. Voor de zieke voelt dit vaak als voortdurende onzekerheid, voor naasten als wachten.
Juist in deze tussentijd kunnen kleine momenten alles betekenen: een lied, een straal zonlicht, een hand op de wang.
Soms duurt het einde lang. Voor naasten kan dat slopend zijn. Zien hoe iemand langzaam achteruitgaat is hartverscheurend. Er ontstaat een dubbel gevoel: niet willen dat het stopt, maar ook niet weten hoe het vol te houden is.Dat gevoel is menselijk. Het laat zien hoeveel liefde en zorg er al gegeven is.
Gun jezelf rust. Een wandeling, een kop thee of een gesprek met iemand kan helpen om weer adem te vinden. De zorg delen met familie, vrienden of vrijwilligers kan verlichting brengen. Ook met artsen of verpleegkundigen mag worden besproken hoe het gaat, niet alleen met de zieke, maar ook met de mantelzorger.
Soms lucht het op om hardop te zeggen:
“Ik hou van je, maar het is zo zwaar om je te zien lijden” Die eerlijkheid brengt vaak begrip aan beide kanten.
Er is geen juiste manier om dit vol te houden. Alleen manieren die vandaag genoeg zijn.
In deze fase ervaren veel mensen een vorm van rouw die al vooruitloopt. Verdriet, vermoeidheid, onrust of schuldgevoel kunnen ontstaan terwijl het afscheid nog niet gekomen is.
De zieke rouwt soms om het naderende afscheid van het leven, terwijl naasten vooruit rouwen om het verlies dat nog komt. Dit is geen voortijdig verdriet, maar een manier van het hart om zich langzaam voor te bereiden.
Het helpt als de omgeving dit erkent. “Dit is zwaar, ook al lijkt het soms alsof alles goed gaat.” Voor naasten is het normaal om moe te worden van het wachten. Voor de zieke is het menselijk om zich verward of dubbel te voelen.
Kleine gewoontes kunnen houvast geven, zoals een dagelijks rustmoment of het opschrijven van gedachten in een boekje. Ook een gesprek met een huisarts of geestelijk verzorger kan verlichting bieden.
Even afstand nemen mag. Een uurtje naar buiten, een kop thee bij iemand anders, of gewoon stil zitten zonder zorgen om je heen.
Even ademhalen betekent niet opgeven. Het is zorgen voor jezelf, zodat je kunt blijven dragen wat zwaar is.
Of de dood nu komt zoals verwacht of langer op zich laat wachten, elke gedeelde lach, elk stil moment en iedere aanraking telt.
Het gaat niet om hoelang het duurt, maar om hoe het geleefd wordt. Zelfs één dag langer kan een dag zijn die er mocht zijn.
Hans Stolp beschrijft in ‘Wat gebeurt er als je dood gaat?’ de reis door de astrale wereld die na overlijden begint. De gestorvene zal het gevoel krijgen: eindelijk ben ik thuis.
Wat gebeurt er als je doodgaat? De bijzondere liefdevolle manier waarop Hans Stolp schrijft over het stervensproces geeft naast troost ook verhelderende inzichten. Als iemand sterft, ziet hij zijn lichaam wegglijden.
Levenseinde ervaringen zijn heel troostrijk en geruststellend
Met een voorwoord van Pim van Lommel
Hoe bereidt de stervende mens zich voor op de dood? Wij weten niet wat zij innerlijk doormaken, maar dierbaren en sensitieve zorgverleners aan het sterfbed zien en erkennen het wezenlijke karakter van het proces waarin de stervende is verwikkeld.
In de #1 New York Times bestseller ‘Sterfelijk zijn’ bespreekt Atul Gawande aan de hand van onderzoek en aangrijpende verhalen de grootste uitdaging van zijn vak: hoe kan de geneeskunde niet alleen het leven maar ook het levenseinde verbeteren? Het proces van ouder worden en sterven is een medische aangelegenheid geworden die door professionals in de gezondheidszorg gemanaged wordt.