
Wanneer iemand ernstig ziek is en niet meer beter wordt, verandert er veel. In de laatste fase van het leven is het belangrijk dat iemand comfortabel kan blijven wonen op een plek waar rust en geborgenheid wordt ervaren, vaak is dat thuis.
De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) kan daarbij helpen.
Deze wet is er om mensen en hun naasten te ondersteunen, zodat de juiste zorg en hulp beschikbaar zijn.
De Wmo biedt ondersteuning aan mensen die door ziekte of beperking moeite hebben met het dagelijks leven. In de palliatieve fase, wanneer genezing niet meer mogelijk is, kan deze hulp veel betekenen.
Voorbeelden van ondersteuning via de Wmo zijn:
De Wmo is er niet alleen voor degene die ziek is, maar ook voor naasten en mantelzorgers. Wanneer de zorg te zwaar wordt of wanneer er praktische hulp nodig is, kan de Wmo verlichting bieden. De gemeente bekijkt samen met betrokkenen wat er nodig is en welke ondersteuning het beste past bij de situatie.
De Wmo kan veel rust en verlichting brengen in de laatste levensfase. Ze biedt niet alleen praktische hulp, maar ook ruimte voor wat echt belangrijk is: tijd en aandacht voor elkaar. Zo kunnen naasten zich meer richten op samenzijn en afscheid nemen, in plaats van alles zelf te moeten regelen.
Bij vragen of twijfel kan altijd contact worden opgenomen met het Wmo-loket van de eigen gemeente.
Daar is informatie, advies en ondersteuning te krijgen die past bij de persoonlijke situatie en deze fase van het leven.
Ondersteuning ontvangen mag. Want soms helpt een beetje hulp om samen verder te kunnen.